10 mei 1924 – Farmaco-economie en suikertaks

Voor wie in de vroege apothekers-opleiding nog jodometrische titraties heeft verricht is het referaat daarover in de aflevering van vandaag interessant. “Weegens den hoogen prijs van jodium en zijn zouten hebben de Schrijvers naar een “Ersatz” gezocht en meenen dit in broom te hebben gevonden”. Een vroege en bijzondere vorm van farmaco-economie dus, dat we nu in een geheel andere gedaante kennen. De vluchtigheid van broom was wel een probleem en dat werd opgelost door een oplossing van broom in 22 pCt-ig zoutzuur te gebruiken.

Aandacht wordt besteed aan de eerste herdruk van Willmar Schwabe “Deutsche Homöopathische Arzneibuch” dat voor het eerst verscheen in 1901. Schwabe (1839 -1917) was een Duitse apotheker (afbeelding) die in 1866 in Leipzig de Homöopathische Central-Officin oprichtte. In Nederland verscheen later in 1913 het Nederlandsche Homeopathische Artsenijboek.  Veel elementen uit laatstgenoemde blijken in die Duitse herdruk te zijn overgenomen. De herdruk werd door de referent (Prof. dr. van der Wielen) als een waardevolle aanwinst voor de homeopathische pharmacie beschouwd.

In een verslag wordt aandacht besteed aan een bezoek van buitenlandse gezondheidsambtenaren in het kader van de uitwisseling van Volkenbondartsen. De lezingen stonden in het teken van het belang van deugdelijke voeding, waarbij ook de situatie in de recente oorlogsjaren de revue passeerde. Herinnerd werd aan de eenheidsworst tijdens die jaren, die als “als zinnebeeld van eenheid en broederschap geen slecht figuur sloeg, maar wat zijn kwaliteit betrof meer geleek op een fietsband dan op een saucisse de Boulogne”. Ook het belang van “de winst aan energie die een rationele voeding verzeekert” wordt gememoreerd, “maar meer dan de physioloog geeft de fiscus hier de doorslag, getuige de suikeraccijns”. Obesitas was toen duidelijk nog geen maatschappelijk probleem, nu wordt een “suikertaks” juist als wenselijk ervaren.

3 mei 1924 – Vaccinatie 200 jaar voor Jenner

In een bericht over de Geschiedenis der artsenijbereidkunde wordt verslag gedaan van een lezing van dr. C.J.S. Thompson, directeur van de “Wellcome historical medical Museum” te London. We lezen daarin dat in China al heel vroeg, rond 1600, koepok-inenting werd toegepast. Dat was dus 200 jaar voordat Jenner de koepokinenting ontwikkelde, en aan wie daarvoor ook de wetenschappelijke eer  werd toegekend.  Aanvankelijk waren deze Chinese methoden primitief, zo werden kinderen gekleed in kleren van door pokken besmette leeftijdgenoten. In de 18e eeuw werden al wat betere methoden toegepast en werd de wondkorst van pokken-patiënten tot poeder vermalen en vervolgens in de neusholte van kinderen gebracht. Met name keizer Kangxi (1654 – 1722), die zelf besmet was geraakt met pokken, was een groot voorstander van de vaccinatie en liet alle kinderen in zijn imperiale familie vaccineren. In de vroege 19e eeuw werd uiteindelijk ook de methode van Jenner in China geïntroduceerd (afbeelding).

Bij de Boekaankondigingen treffen we vandaag de eerste druk van het bekende “Inleiding tot de physische chemie: de kolloiedchemie in het bijzonder” door prof. dr. H.R. Kruyt. Dit boek zou tot in de jaren 70 in de farmacie–opleiding te Utrecht in gebruik blijven.

In de rubriek “Nieuwe geneesmiddelen en voorschriften” treffen we weer een aantal “bijzondere” geneesmiddelen aan:

  • Anti-asthmapastilles, bestaande uit plantaardige bestanddelen (folia stramonii, folia lobeliae, cubebae, dennenaalden, carbo ligni en oleum eucalypti) waaruit met behulp van gomslijm pyramidevormige pastilles weren gemaakt die, na goed gedroogd te zijn, dienden om verbrand te worden
  • Glucoven, een intraveneuze oplossing met 45% glucose en 5% calciumchloride, voor toepassing bij tuberculose en influenza
  • Neo-chinamyl: trichlooraldehyde-chinine-isovaleriaanzure aethylester, tegen hartneurosen (?), en nerveuze slapeloosheid

19 april 1924 – Nooit gekende gezondheid publiek

Veel aandacht vandaag voor de jaarverslagen der departementen over 1923. Het Departement Haarlem toont zich van de somberste kant met de notitie: “Het was in alle opzichten een slecht jaar. De algemeen heersende malaise werd in apothekerskringen nog eens extra geaccentueerd door een nooit gekende gezondheid van het publiek”.

In een uitgebreid bericht wordt verhaald dat de Amerikaanse Council on Pharmacy and Chemistry ichtyol heeft geschrapt als non-official remedy. “Ichtyol werd ongeveer 40 jaar geleden in de therapie der huidziekten geïntroduceerd, voornamelijk door den invloed van Unna. In dien tijd hadden artsen meer belangstelling voor de reputatie van hen, door wie geneesmiddelen aanbevolen werden, dan voor de feiten waarop die aanbevelingen waren gebaseerd”. Die aanbevelingen betroffen toen de behandeling van rheumatiek, erysepilas en gonorrhoe. Merck and Company, die het product in de VS op de markt brachten weigerden echter deze aanbevelingen aan nieuwe inzichten aan te passen en het product uitsluitend voor de antiseptische en verzachtende werking op ontstoken slijmvliezen aan te prijzen. Paul Gerson Unna (1850 -1929, afbeelding) werd en wordt beschouwd als de grondlegger van de dermatopathologie. Zijn boek Histopathologie der Hautkrankheiten was toen een klassieker.

12 april 1924 – Een radioactieve zalf

In de rubriek nieuwe geneesmiddelen treffen we vandaag het geneesmiddel Doramad aan; een radioactieve zalf welke Thorium X, het afbraakprodukt van radiothor, bevat. Het doramad bevat per gram 1000 electrostatische eenheden. “Door het uitzenden van stralen, verschilt het van  radiumpraeparaten, door afbraak verliezen de doramad praeparaten echter spoedig hun werkzaamheid. Zij worden gebruikt bij psoriasis en andere huidaandoeningen”. Dit was de tijd dat de farmacotherapeutische activiteit van radioactiviteit volop in de belangstelling stond, over de schadelijkheid van radioactieve straling was toen nog helemaal niets bekend. Pas in 1934 zou Marie Curie overlijden, op 66-jarige leeftijd, aan leukemie welke vrijwel zeker veroorzaakt door de enorme stralingsdoses waaraan zij tijdens haar wetenschappelijke carriére werd blootgesteld. Een markante carriére die haar de eerste vrouwelijke Nobelprijs opleverde, en die haar tot één van de vijf wetenschappers bestemde die twee Nobelprijzen won. Vooral de Doramad Tandpasta (afbeelding) vond later op grote schaal toepassing.

Ook wordt melding gemaakt van een merkwaardige ambtelijke discrepantie inzake de vraag of codeïne nu wel of niet onder de Opiumwet 1920 valt. Het Nederlands Staatstoezicht op de Volksgezondheid vond van niet, maar de Hoofdinspecteur, en hoofd van den dienst der Opiumregie in Indië, vond van wel. Maar zijn lijst met “surrogaten van morphine” bevatte ook de stof papaverine en preparaten daarvan.  Dus wellicht was dat toch een te rechtlijnige opvatting.

5 april 1924 – Grondstoffen en kruiden

Deze aflevering is vrijwel geheel gewijd aan farmaceutisch-analytische onderwerpen en wordt ook geopend met een verslag van het onderzoek verricht in het laboratorium van ’s Rijks Magazijn van Geneesmiddelen over de periode 1 maart 1922 tot 31 december 2023. In deze periode werden 1109 grondstofmonsters onderzocht waarvan er 106 werden afgekeurd. Opmerkelijk genoeg werden er geen “verpakte geneesmiddelen” onderzocht waarmee weer eens wordt bevestigd dat deze in de toenmalige geneesmiddelvoorziening nog een ondergeschikte rol speelden. Het magazijn was gevestigd op de Sarphatistraat 410 in Amsterdam en werd gebouwd als onderdeel van de militaire gebouwen aldaar.

In de huidige tijd anno 2024 treffen we in het PW geen besprekingen meer aan van dissertaties van technische universiteiten c.q. hogescholen, maar deze week, een eeuw terug, lazen we over het werk van S.I. Vles inzake de reactiesnelheid van zuurstof met oplossingen van eenige anorganische zouten. En dat betrof dan natuurlijk de Technische Hoogeschool in Delft, want die in Twente en Eindhoven moesten nog worden  opgericht. Samuel Isidorus Vles zou in 1944 in Bergen-Belsen overlijden (afbeelding).

Ook wordt melding gemaakt van een bijzondere prijsvraag uitgezet door de Nederlandse Vereeniging voor Geneeskruidtuinen: ”In onze vaderlandsche Flora worden verschillende geneeskruiden aangetroffen die niet of onvoldoende bestudeerd zijn. De Vereeniging verlangt een monografie over één of meer van deze gewassen.” De prijs bedroeg ƒ 250.

22 maart 1924 – Aloë vera op de naakte rots

De Aloë vera staat vandaag centraal in een lijvig artikel over de Curaçao-Aloë (afbeelding). En daarbij blijkt meteen ook de herkomst van deze plant dubieus; was het een inheemse plant of was zij afkomstig van proefplanten die door de Amsterdamse Hortus naar het eiland waren gezonden? Of waren zij afkomstig van nabijliggende eilanden (Socotera)? Hoe dat ook zij, “op de schier naakte rotsen van Curaçao vond men almede eene tot dusverre geminachte aloëplant overal in het wild groeijen” zo schreef onze Luitenant-Generaal Baron Krayenhoff over het in 1825 door hem bezochte eiland. Hij was verre van positief over deze Nederlandse kolonie:  “Het eiland is, wegens gebrek aan regen, niets meer dan eene naakte, niets voortbrengende steenrots, die zelfs in de gunstigste omstandigheden, wanneer de regen overvloedig valt, niet het derde gedeelte van levensonderhoud voor zijne bevolking oplevert”

In een uitvoerig overzicht van het Rijks-Serologisch Instituut (nu RIVM)  worden alle in Nederland verkrijgbare vaccins en sera compleet met prijzen (ƒ 1 – 4 ) genoemd. Een aantal daarvan zijn ook nu nog verkrijgbaar maar we treffen ook vreemde sera zoals een serum tegen griep, het serum antithyreoidinum caprinum (afkomstig van de geit), en het serum tegen gasphlegmonie. Het belang van sera in die tijd moet natuurlijk worden beschouwd tegen de achtergrond van de afwezigheid van antibiotica. Ook bij de vaccins treffen we er een aantal welke waren bedoeld voor ziekten waartegen nu geen vaccinatie meer plaatsvindt zoals tegen acné, het Coli-vaccin en het gonokokken vaccin. Eveneens bijzonder, naar huidige maatstaven, waren de auto-vaccins die patiënt-specifiek werden bereid door het Instituut op basis van weefsel/materiaal afgenomen van de betreffende patiënt.

15 maart 1924 – 50-jarig jubileum Vaseline

Vandaag lezen we over het “geneesmiddel” Vaseline: “Er zijn waarschijnlijk weinig nieuwe geneesmiddelen waarvan het gebruik zoo algemeen is geworden als de vaseline. En toch bestaat dit product nog slechts 50 jaren en zullen de ouderen onder ons zich nog wel herinneren, hoe omstreeks 1874 voor het eerst de gele vaseline, als Amerikaansch curiosum, ter vervanging van vetten, in de geneeskunde werd aanbevolen. Chesebrough Manufacturing (afbeelding) ontwikkelde het destillatie en zuiveringsproces en gaf het de naam welke werd afgeleid van ‘wasser’ en ‘oleon’, omdat de inwerking van waterdamp op olie in den bodem nodig zou zijn voor het ontstaan van het product”. Op de internationale tentoonstelling in Philadelphia in 1876 werd Vaseline met een Grand Prix bekroond.

In de rubriek ingezonden treffen we een pleidooi onder de titel “De Polarimeter een noodzakelijk instrument voor den apotheker”. De auteur daarvan (H.J. Smith te Zutphen) gebruikte het instrument voor het onderzoek van urine naar de aanwezigheid van suiker. De linksdraaiing samen met de gistingssaccharimeter wees daarbij op de aanwezigheid van levulose (fructose) en de afwezigheid van glucose.

Ingevolge besluit van den Volkenbond zal in November 1924 te Geneve een internationale conferentie worden gehouden nopens de mogelijkheid tot beperking der productie van opium en andere verdovende middelen. Dat is wel heel andere koek dan het voorstel van de Gemeente Amsterdam, 100 jaar later, om de handel geheel vrij te geven………

8 maart 1924 – Kinderarbeid in apotheken

Tegen een Amsterdamse apotheker werd proces-verbaal opgemaakt vanwege het ontbreken van een rooster voor de arbeidstijden voor personeel beneden 18 jaar dat werkzaam is in een ruimte, niet onmiddellijk behoorend tot de apotheekruimte, bijv. een spoelhok. Volgens de toen geldende leerplichtwet (sinds 1901) waren kinderen slechts van 6 – 12 jaar leerplichtig. Voor die tijd gold weliswaar de Kinderwet van Van Houten (1874), die arbeid voor kinderen tot 12 jaar verbood, maar die bleek nauwelijks te handhaven door gebrekkige controle en bovendien gold het verbod alleen voor fabrieken en werkplaatsen.  De leerplichtwet, die beter functioneerde, werd met 50-49 stemmen aangenomen, doordat een tegenstander  (Francis David Schimmelpenninck) van zijn paard was gevallen en daardoor niet kon stemmen. Het paard is verstandiger dan zijn meester zeiden toen voorstanders van de leerplichtwet. De afbeelding onder toont Het Lucifermeisje (schilderij van Floris Arntzenius ca. 1890): een gehandicapt meisje verkoopt lucifers in Den Haag.

In een uitgebreid artikel, overgenomen uit de Süddeutsche Apothekers Zeitung, wordt de toenmalige “oeconomische beteekenis der pharmacognosie” uit de doeken gedaan. In 1913 werd voor een totaal van 232 miljoen goudmarken (ca. 134 miljoen toenmalige guldens ≡ 1.563 miljoen euro nu) aan geneeskrachtige en technische gewassen in Duitsland geïmporteerd. Hoofdleveranciers waren toen Oostenrijk-Hongarije voor plantaardige grondstoffen terwijl Belgische droogerijen een groot aandeel van de gedroogde materialen verzorgde. Daarnaast waren Frankrijk en Italië belangrijke leveranciers van plantaardige materialen. Nederland wordt in dit artikel wel genoemd als leverancier maar niet met dezelfde betekenis als bovengenoemde landen.

1 maart 1924 – Apothekersbegrafenisvereeniging

Vandaag lezen we uitgebreid over de opheffing van de in 1843, in Amsterdam, opgerichte apothekersbegrafenisvereeniging. Het doel van deze vereeniging was “het begraven van kunstgenooten”. Pharmacie was toen immers artsenijbereidkunst. Een daad van hulpbetoon om bij het overlijden van één der kunstgenooten zelf den geweezen vriend of diens echtgenoote door minstens 16 collegae ten grave te doen dragen. Deze collegiale hulp moest in daarvoor voorgeschreven kostuum worden gebracht dat bestond uit “zwarten rok met witte das, zwarte broek en zwarte handschoenen en een ronden hoed voorzien van zwarte lamfers of rouwstrikken”.  Bij de oprichting in 1843 waren 50 Amsterdamse apothekers betrokken en tijdens de hoogtijdagen in 1849 waren er 69 leden. Daarna daalde het ledental gestaag en bij de opheffing in 1924 waren er nog maar 23 leden en 12 weduwen.

De grote (Kanto) aardbeving in Japan in 1923 (8,3 Richter) welke de stad Yokohama totaal verwoestte  (afbeelding), en Tokyo gedeeltelijk, heeft ook een groot aantal (wetenschappelijke) bibliotheken vernietigd en dat heeft geleid tot een verzoek, in Volkenbond verband, aan Nederlandse universiteiten en instellingen om boeken voor de wederopbouw van deze bibliotheken ter beschikking te stellen. Ook de NMP ontving een dergelijk verzoek van het Comité Universiteit Tokyo. De aardbeving, welke leidde tot ca. 140.000 doden en vermisten, wordt nog jaarlijks herdacht in Japan op 1 September als Disaster Prevention Day.

In de rubriek “Pharmaceutische Statistiek” lezen we vandaag dat Nederland op 31 december 1923 een totaal van 602 apotheken telde, alsmede 1114 apotheekhoudende huisartsen. In deze apotheken waren 1729 hulpmedewerkers werkzaam  waarvan 84% vrouw. In N.O. – Indië waren toen 56 apotheken gevestigd, in Suriname 13 apotheken en op Curaçao 10 apotheken.

23 Februari 1924 – Kwakzalverij met geneesmiddelen

In het verslag van de vergadering van het departement Gelderland lezen we dat dit departement besloot om de Vereeniging tot de Bestrijding der Kwakzalverij te steunen met een jaarlijkse bijdrage van ƒ 10.  Deze vereeniging werd in 1881 opgericht door de gebroeders Bruinsma (afbeeldingen), drie jaar na de publicatie van hun brochure De kwakzalverij met geneesmiddelen en de middelen om haar te bestrijden. Gerard Bruinsma was arts, zijn broer Vitus scheikundeleraar. De nog steeds bestaande (en nuttige) vereniging mag zich daardoor beschouwen als de oudste sceptische organisatie ter wereld.

Een andere vereeniging “Handel en Nijverheid” had een vergadering belegd over de wetenschappelijke keuring van handelswaren waarin ook de ervaringen met de recent (1919) van kracht geworden Warenwet aan de orde kwamen. Voorafgaand aan deze wet hadden diverse gemeenten (n=15) zelf al initiatieven genomen c.q. een keuringsdienst van waren opgericht en vanaf 1919 waren die gebonden aan de bepalingen van de Warenwet. Rotterdam had daarbij de primeur en richtte reeds in 1883 zo’n keuringsdienst op. De praktijk was echter, zoals altijd, weerbarstiger dan het rechtssysteem omdat de wet een raamwet was, waar separate besluiten de eisen voor verschillende waren dienden te beschrijven. En in 1924 waren er nog maar 2 van deze besluiten van kracht. Eén voor brood en één voor papier.  De keuringsdiensten volgden daarom voorlopig hun gewoone werkwijze. Tot aan de komst van Europese wetgeving laat in de 21e eeuw bepaalde deze Warenwet de eisen waaraan geneesmiddel-verwante produkten zoals cosmetica, vitaminen en voedingssupplementen dienden te voldoen.

Social media & sharing icons powered by UltimatelySocial