7 juli 1923 – Apothekers in hogere kringen

Anno nu is het Pharmaceutisch Weeblad voor het overgrote deel gevuld met farmacotherapeutische onderwerpen in de breedste zin van het woord, maar dat was 100 jaar geleden wel anders. Bereidingstechnologie en farmaceutische analyse domineerden toen het apothekersvak. Maar dezeaflevering vormt daarop een uitzondering met een uitgebreid hoofdartikel over het gebruik van kinine als therapie bij malaria-epidemiën, toentertijd één der meest voorkomende ziekten. Zo ook in Italië waarin gedurende het jaar 1900 maar liefst 15.000 menschen aan de ziekte stierven. Maar uiteindelijk keert ook in dit artikel de bereidingstechnologie weer terug in de conclusie dat kinine-poeders te prefereren zijn boven tabletten vanwege de dubieuze uiteenvaltijd van laatstgenoemde.

In een klein bericht wordt aandacht geschonken aan de benoeming van de apotheker Hans Hennecke tot Minister van Financiën van de Duitse deelstaat Mecklenburg-Schwerin. Zijn zittingsduur was beperkt en duurde slechts één jaar (afbeelding). In Nederland kennen we geen apothekers die het tot minister schopten, wel bereikte Dick Dees (geboren 1944, apothekers-examen RU Utrecht 1970) in 1986 de positie van staatssecretaris voor Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur namens de VVD in het kabinet Lubbers-II. Dit kabinet werd echter ten val gebracht in 1989 waarmee ook zijn zittingsduur relatief kort bleef.

In de departementsvergadering van het departement Noord-Brabant wordt de aandacht gevestigd op de zeer lage salariëring van den apotheker van het Academische Ziekenhuis te Leiden. De voorzitter meldt daarop dat er betreffende deze zaak reeds een adres tot den Minister is gericht.

23 juni 1923 – Post-academisch onderwijs toen

De aankondiging van de “Wetenschappelijk-pharmaceutische Conferentie” in Juli 1923 geeft een beeld van waar onze farmaceutische wetenschap toen mee doende was. De volgende lezingen stonden voor die conferentie op het programma:

  • De waardebepaling van pepsine in relatie tot het wezen der ferment-werking
  • Het aantonen van methylalkohol in alkoholische dranken
  • Het onderzoek van eenige aetherische oliën der Pharmacopee
  • Waardebepaling en normalisatie van desinfectiemiddelen
  • Het indampen van vloeistoffen – vacuumverstuivingsprocédé
  • Reacties op apomorfine

En onder het kopje boekbesprekingen treffen we boeken over de relativiteitstheorie waarbij de volgende oproep wordt gedaan. “Wie meenen mocht, dat de pharmacie al bitter weinig met het onderwerp der hierboven aangekondigde boeken te maken heeft, haaste zich, deze opvatting te herzien, aleer het te laat is. De radioactieve stoffen hebben allang hun intrede in de therapie gedaan, de colloïden behooren empirisch nog veel langer tot den artsenijschat en al is de pharmacie als wetenschap in onze dagen niet bepaald voorlijk te noemen, het opkomende en thans nog schoolgaande pharmaceutische geslacht zal er toch aan moeten gelooven en zorg moeten dragen, theoretische behoorlijk bij te zijn”.

Tot slot wordt er aandacht geschonken aan de Engelse verwarring tussen chemici en apothekers die beide als “chemist” worden aangeduid. In de UK werd er toen op aangedrongen om die kwestie op te lossen en te komen tot een titulatuur die het onderscheid tussen beide duidelijk maakt. Bij mijn weten is die oplossing er nooit gekomen.

30 juni 1923 – Pinkhof: wie kent hem niet?

In deze weekaflevering de boekbespreking van de eerste uitgave van het  “Vertalend en Verklarend Woordenboek van uitheemsche geneeskundige termen” door dr. H. Pinkhof (afbeelding), een uitgave met 661 pagina’s. Dit medisch woordenboek heeft al vele jaargangen farmacie-studenten ondersteund bij de farmacologische en farmacotherapeutische onderdelen van hun studie. Inmiddels beleeft het de 11e druk met 1319 pagina’s en 47.000 trefwoorden.

Onder het kopje “Een mooie morphine-vangst” lezen we een bericht over de Amerikaanse politie die 600 kg morphine (straatwaarde toen meer dan 1 miljoen dollar) aantrof in een zending bestaande uit lampen, bestemd voor Montreal, en vervoerd door de Holland-Amerika Lijn. De herkomst van de morfine was onbekend.

Ook in deze uitgave treffen we weer berichten over het apothekers-adsistentexamen. Zo’n apothekers-adsistent, vergelijkbaar met de huidige apothekers-assistente, moet niet worden verward met de toenmalige apothekers-assistenten, welke als bediende algemene werkzaamheden, maar geen bereidingen, in de apotheek verrichtten. Toentertijd werden adsistenten die slaagden voor dat examen nog met naam en toenaam in het PW vermeld, wanneer hebben we die eervolle vermeldingen eigenlijk afgeschaft?

16 juni 1923 – Vestigingsbeleid anno 1530

Deze aflevering van het Pharmaceutisch Weekblad werd grotendeels gevuld met het jaarverslag 1922-1923 der NMP. Daarvan is anno nu niet zoveel meer het lezen nog waard, wellicht met uitzondering van het ledental dat toen 686 bedroeg. Vergelijk dat met het huidig ledental dat nu 5.470 bedraagt. Op een bevolking die groeide van 7 naar 18 miljoen is dat zeker een relatief sterke groei te noemen.

Wel lezenswaard is een artikel van de gemeente-archivaris (H. Levelt) uit Bergen op Zoom (afbeelding) die uit zijn archief de “Ordonnancie opde Officien ende exercitien vande Apotecarissen cruyeniers en medecins” uit 1530 had opgediept. Daarin lezen we dan dat een apotheker zich alleen in de stad mocht vestigen wanneer aan de volgende voorwaarde was voldaan.  “Inden eersten dat van nu vortaen nyemandt en sal mogen exerceren doffitie van appothecarien, ten zy dat hy eerst en vor al sal wesen geadmitteert byden drossaet, schoutet,, borgemeesteren ende scepenen deser stadt ende dat doer die examinatie van den gezworen medicyn van dezer stadt (beëdigd stadsdokter) ende andere medicynen die hier woenen mochten, die welcke hem naerstelick onder vragen zelen, oft hy wel ende perfectelick onderkent alle cruyden, sayen, worttelen ende droogerye ende wetenen onderscheet tusschen die gheene die goet zyn of quaet. Item of hy weet die medicynen te wasschen, te verven, te drogen, te wrijven, te zieden ende te distilleeren na de rechte conste ende te plucken tot hueren gerechtigen tijde  ende te bewaeren als behoirt ende voort oft hy die wel weet te componeeren na de gerechtige descriptie”.

9 juni 1923 – Een gas waarover men liever niet meer spreekt

Het openingsartikel deze week “Eenige gegevens betreffende de gevoeligheid van insecten voor cyclondamp” behandelt de toepassing van dit gas voor de ongediertebestrijding; ratten en muizen alsmede insecten. Voorafgaand aan de aanwending van dit gas als verdelgingsmiddel was de strijd tegen deze schepselen “moeilijk”. In dat verband werd het gas toen ook gebruikt voor het “cyaneeren” van woningen. Geheel in lijn met de beperkte pharmacologische inzichten van toen werd dit gif bestempeld als een protoplasmagif. Niemand kon toen bevroeden wat de geschiedenis nog in petto had voor dit gas.

In Deventer werd opgericht de “Vereeniging De Thee en Kinacursus” met als doel het verschaffen van de gelegenheid aan leerlingen van de middelbare koloniale landbouwschool om, na afgelegd eindexamen, zich verder te bekwamen voor een betrekking in de thee- en kinacultuur. Voor toelating tot deze cursus moest dan wel een bewijs worden overlegd dat er 2 maanden praktisch werk in een machinefabriek was verricht.

Ook deze week treffen we weer een uitgebreide lijst (n=65) met nieuwe geneesmiddelen waaronder de volgende opvallende vermeldingen:

  • Idabaryum, een barietmengsel bedoeld als contrastmiddel voor darmonderzoek
  • Osmon, 50% fructose injectie ter ondersteuning van de ether-narcose
  • Mamos, tabletten met glandulae mammae als werkzame stof

2 juni 1923 – Farmaceutische territoriumdrift

Onder het hoofd Beroepsbelangen lezen we een oproep aan apothekers om hun betrokkenheid bij de bereiding en aflevering van vaccins, sera, alsmede organo- en bacteriepreparaten zeker te stellen. Ook wordt daarin de situatie in andere Europese landen geschetst. In enkele daarvan moet die bereiding onder (mede)verantwoordelijkheid van een apotheker plaatsvinden (Frankrijk, Denemarken) terwijl in Spanje ook geneeskundigen en veeartsen die bereiding mochten uitvoeren, waartegen door de Spaanse apothekers dan weer krachtig werd geprotesteerd. In Nederland geschiedde de eerste serumbereiding onder leiding van een ingenieur (ir. W.C.M van Eeten) in zijn Bacterio-Therapeutisch Instituut; een private onderneming sinds 1895, die later opging in het RIVM.

Indonesië blijkt in die tijd een belangrijke bron van jodium te zijn geweest. Het kwam daar voor in bronwater op lokaties ten Noorden van de vulkanenreeks (afbeelding) en reeds in 1854 werd gestart met het winnen van dit jodium op industriële schaal. De uitvoer vond plaats als joodkoper, als joodkalium of als metallisch jodium, hoofdzakelijk naar Engeland, Nederland, Duitschland en China.

Met de kennis van nu lijkt het bericht uit Denemarken over Diasuline, ter behandeling van suikerziekten, een bericht uit een andere wereld. Het betrof namelijk een bereiding uit de alvleeschklier van varkens en was in tabletvorm verkrijgbaar tegen een lage prijs. Er zouden reeds proeven mee zijn gedaan in universiteitsklinieken in Noorwegen en Zweden. De kennis van nu vertelt ons dat insuline in het maagdarmkanaal van de mens wordt afgebroken, dus wat zouden die proeven  dan hebben opgeleverd?

26 mei 1923 – Postorderfarmacie, toen ook al

Tussen de stukken bedoeld voor de ledenvergadering op 9 juli 1923 treffen we een bijzonder voorstel van het Departement Den Haag: “Het Hoofdbestuur worde uitgenodigd, zich te verstaan met den Directeur-General der Posterijen, om te verkrijgen dat voor het vervoer van geneesmiddelen in kleine verpakking, bestemd voor apothekers, of verzonden door apothekers aan patiënten, een regeling worde gemaakt, die zoowel voor binnenlandsch als buitenlandsch vervoer de verzending snel en goedkoop doet zijn”. Het Hoofdbestuur heeft het voorstel afgeraden omdat “de zaak van te weinig beteekenis werd geacht”. Voor de filatelisten onder ons: in 1923 werden veel postzegels uitgegeven ter ere van het 25-jarig jubileum van Koningin Wilhelmina, maar bijzonder zijn zeker de ook in dat jaar uitgegeven Toorop-zegels (afbeelding).

Cacaodoppen, ook wel -schalen, -schillen, of -schelpen genoemd, worden nu gebruikt als bodembedekker ter voorkoming van onkruid in de tuin.  Maar 100 jaar geleden werden ze, in gemalen vorm, ook als verontreiniging aangetroffen in veevoeder en zo lezen we vandaag een methode om het gehalte aan deze verontreiniging in zowel cacaopoeder als veevoeder vast te stellen. Een methode die werd ontwikkeld door de Gemeentelijken Keuringsdienst te Wageningen.

Nog meer plantkunde treffen we in een uitgebreid referaat over het stabiliseren van plantedelen. Deze stabilisatie was bedoeld om de houdbaarheid van die delen, voorafgaand aan versnijding en drogen, te verbeteren en daarmee behoud van werkzaamheid te verkrijgen. Verschillende processen bleken daarvoor in gebruik: behandeling met stoom onder druk, afwrijven met suiker gevolgd door onderdompeling in een kokend mengsel van alcohol en glycerine, alsmede blootstelling aan spiritusdamp.

19 mei 1923 – Eau de Cologne een geneesmiddel?

Het Pharmaceutisch Weekbad van deze datum opent met  een uitvoerig artikel over Eau de Cologne als reukwater en geneesmiddel. Behalve welriekende eigenschappen werden toen aan parfums ook antiseptische (desinfecterende) eigenschappen toegedicht. Tot een van de oudst bekende reukwaters behoort het Eau de Cologne dat waarschijnlijk uit de 17e eeuw dateert en door een Italiaanse familie in Keulen werd ingevoerd. Daarna, in de 18e en 19e eeuw, vond dit Eau de Cologne zijn weg naar diverse farmacopees onder de benamingen Aqua coloniensis, Alcohol aromatisaticum coloniense, Alcohol aromatosatum citru compositum, Aqua aromatica olei citri essentialis of Aqua spirituosa citri composita.

Een  bijzonder bericht betreft de “Genezing van ziekten met vergiftige gassen”. Daarin lezen we over een Amerikaans experiment waarin 300 studenten die gedurende een influenza-epidemie iedere dag een (niet gespecificeerde) gematigde chloorkuur ondergingen. Door deze behandeling verminderde het aantal ziektegevallen met 90%.

In een ander bericht inzake de terughoudende, of weigerachtige,  export van het in 1922 ontwikkelde insuline door verschillende landen met een kleine veestapel, lezen we ook verrassende cijfers over de toenmalige veestapel in Nederland. Op een bevolking van 7 miljoen inwoners: 2 miljoen koeien, 670.000 schapen en 1,5 miljoen varkens. Anno nu met bijna 18 miljoen inwoners zijn dat er 3,7 miljoen koeien, 720.000 schapen en 10,7 miljoen varkens. Het aantal koeien en schapen is dus verhoudingsgewijs gedaald terwijl het aantal varkens verdrievoudigd is.

12 mei 1923 – Over aardolie en Coca-Cola

Vrijwel iedere apotheker zal in de studentenjaren lid zijn geweest van de A.N.P.S.V  en vandaag treffen we een bericht over het 4e lustrum: “Oud-leden toont dat gij uw oude vereeniging nog niet vergeten zijt”. Op het programma staan een bezoek aan een kweekerij van geneeskrachtige kruiden en gewassen in Bosch en Duin. Daarna een thé dansant, diner en bal-champêtre. Kosten voor de lunch ƒ 1,50 en voor het diner ƒ 3,50.

Opmerkelijk is een verslag van een bijeenkomst van de Haagsche Chemische Kring over “Het ontstaan en het winnen der aardolie”. Voor wat betreft het ontstaan bleken toen twee hypothesen opgeld te doen: de herkomst uit planten of een herkomst uit dierlijke materie. Ook wordt melding gemaakt van een spuitbron in Venezuela waaruit toentertijd 100 miljoen (!) liter olie in de Golf van Maracaïbo stroomde. De druk in de bron bleek zo hoog dat de olie een hoogte bereikte van 90 m in een buis van 12 inch diameter. Merkwaardigerwijs werd de eerste commerciële aardoliewinning in de geschiedenis uitgevoerd in 1854 door de Poolse apotheker Ignacy Lukasiewicz (afbeelding) in het Poolse  dorp Bobrka in de Karpaten. Vanaf 1908 speelt het Midden-Oosten de hoofdrol in de mondiale aardoliewinning.

Ook lezen we over de teelt van Cola acuminata (bekend van de Coca-Cola) in de Goudkust Kolonie in Afrika (het huidige Ghana). Die teelt was vooral bestemd voor de Afrikaanse markt waar de colanoot als stimulans werd gebruikt. De Amerikaanse markt werd beleverd vanuit West-Indië, Java, Jamaica en Sierra Leone. Zoals bekend werd Coca-Cola in 1886 als patentgeneesmiddel ontwikkeld door de voormalige Confederatie-kolonel en arts John Pemberton. Aanvankelijk leverde hij Pemberton’s  French Wine Coca maar na de “drooglegging” van Atlanta in 1886 ontwikkelde hij de alcoholvrije variant Coca-Cola.

5 mei 1923 – Forensische farmacie

Deze aflevering van het PW is voor het overgrote deel gevuld met jaarverslagen der departementen over 1922. Dat jaarverslag van het Departement Amsterdam is een treffende weergave van de toenmalige tijdgeest die werd gekenmerkt door de verdringing van apotheekbereidingen door fabriekspreparaten. “De fabrieksmatige bereiding van geneesmiddelen in den vorm waarin ze onmiddellijk voor het gebruik gereed zijn, neemt hand over hand toe. De overstelpende massa’s spécialité’s, langen tijd uit de apotheken geweerd, daarna oogluikend en met zekere selectie toegelaten, is tot een lawine geworden, en zelfs de meest conservatieve onder ons vermag niet meer den stroom te keren. Trouwens, de bereiding van tal van geneesmiddelen is in de apotheek ten eenenmale onmogelijk geworden. Betrouwbare organopreparaten, noch sera kunnen in de apotheek worden bereid, zelfs heeft de steriele vulling van ampullen voor menigen apotheker bezwaren”

Verder treffen we een uitgebreide beschouwing over “Het hedendaagsch documenten-onderzoek” van de hand van de apotheker C. J. van Ledden Hulsebosch  (foto) ter gelegenheid van zijn benoeming als privaatdocent in de Leer van de opsporing der Strafbare Feiten, aan de Universiteit van Amsterdam. Dergelijk onderzoek van documenten in rechtszaken was in de decennia daarvoor gangbaar geworden en voor het identificeren van inkt- en papiersoorten waren toenmalige apothekers natuurlijk goed toegerust. Het forensisch onderzoek fascineerde hem zo dat hij in 1910 was gestopt met zijn apotheek aan de Nieuwendijk in Amsterdam, tot groot verdriet van zijn vader, ook apotheker, die deze apotheek had opgericht. In 1929 werd hij één van de grondleggers, en eerste voorzitter, van de in Wenen gevestigde Academie Internationale de Criminalistique.

Social media & sharing icons powered by UltimatelySocial