30 December 1922 – Parlez-vous français?

Maar liefst 31 pagina’s van deze PW-aflevering worden gevuld, in het Frans, door een lezing uit 1826 van de Franse apotheker Antoine Balard die te boek staat als de ontdekker van het element broom. Hij noemde dat zelf “une substance particulière contenue dans l’eau de la mer”. Op het moment van die ontdekking kon de therapeutische toepassing ervan nog niet worden bevroed. Het zou tot eind van de 19e eeuw duren voordat het bromide toepassing zou gaan vinden als slaapmiddel, sedativum en anti-epilepticum. Inmiddels is het weer in onbruik geraakt.

Toxicologie behoort van oudsher tot  het kennisdomein c.q. werkgebied van de apotheker en in deze aflevering komen we een tweetal berichten daaromtrent tegen. Het eerste waarschuwt voor afgebroken punten en slijpsel van inktpotloden waarin aniline kleurstof als “protoplasmavergift” aanwezig is. Het tweede bericht meldt de aanwezigheid van goudzwavel (antimoonsulfide) in (rode) spenen voor zuigfleschen. Zwartgekleurde en doorzichtige spenen bevatten geen goudzwavel en verdienen daarom de voorkeur.

47 jaar in dienst van dezelfde werkgever? Kom daar nog eens om in deze tijd. Maar op 31 december 1922  verliet Mejuffrouw A.M. Ewers, na zoveel jaar den gemeentedienst als apothekers-assistente van het Binnen-Gasthuis te Amsterdam. De laatste 22 jaar gaf zij, als 1e assistente, “met vaste hand” leiding aan het talrijke personeel.

afbeelding van een tegel met het element Broom

23 December 1922 – Militaria

We lezen nu een vervolg op een eerdere discussie inzake het opheffen van militaire apotheken, aanwezig in de meeste garnizoensplaatsen, die geneesmiddelen leverden aan militairen maar ook aan andere personen die voor rijksrekening daarop aanspraak hadden. Zoals gevangenen, gevangenispersoneel, marechaussee, verlofgangers uit Indië, marinepersoneel en het Loodswezen. De kosten hiervoor werden gedragen door het Departement van Oorlog (!). Door de naoorlogse “eischen tot bezuiniging” werd overwogen om deze militaire apotheken te sluiten en het Departement van Oorlog contracten met burgerapotheken te laten sluiten.

Anders dan in het huidige PW werd in 1922 nog ruimschoots aandacht besteed aan jubilarissen en zo treffen we hier aandacht voor het jubileum (1872 – 1922) van M.L.Q. van Ledden Hulsebosch alsmede van Herman van Gelder. Beide worden geëerd met een korte levensbeschrijving, inclusief een paginagrote foto.

Niet veranderd sinds die tijd is de aandacht voor post-academisch onderwijs, alleen heette dat toen anders. Toen kende de KNMP een Commissie ter voorbereiding der Vacantie-cursussen en we lezen hier over de cursussen in 1922. Eén daarvan handelde over de beginselen der bacteriologie, een tweede cursus betrof kleurindicatoren en de electrometrische methode en hunne toepassing bij de bepaling van de waterstofionenconcentratie. Een derde cursus behandelde de micro-elementair-analyse ter bepaling van stikstof, koolstof en waterstof.

16 December 1922 – Scheiding van zink en koper

Weinig apothekers zullen zich nu nog bezighouden met de kwantitatieve scheiding van zink en koper, maar in deze aflevering treffen we daarover  toch een 9-pagina groot artikel aan. De basis daarvan betreft de verschillende oplosbaarheid van zinksulfide en kopersulfide in zuur milieu. De oudere lezers van deze blog hebben waarschijnlijk, net als ik in 1971, in de opleiding tot apotheker, geleerd om metaalionen te identificeren dan wel te scheiden met het illustere H2S-systeem.

Het is niet onmogelijk dat die oudere lezers dan ook nog eigenhandig geleerd hebben, met het “Toestel van Liebau”, tabletten te maken. Dit toestel, waarover in deze aflevering wordt geschreven, was destijds in sommige apotheken in gebruik om kleine hoeveelheden gecomprimeerde tabletten te vervaardigen. Tabletten waren in 1922 nog een ongebruikelijke doseervorm en verwezen wordt dan naar “Schröders Leerboek der Receptuurkunde (1913)” waarin wij lezen dat : “De bereiding van geneesmiddelen in gecomprimeerden staat is, volgens de algemeene opvatting, van Amerikaanschen oorsprong, en als eerste toepassing van deze mechanische kracht  wordt veelal gewezen op het samenpersen van geneeskrachtige kruiden bij de Quakers”. Beschreven wordt een modificatie van dit toestel waardoor tabletten van ieder gewicht konden worden vervaardigd.

Meer over geneeskrachtige kruiden treffen we in deze aflevering aan in een referaat over kweepeerzaden (Semen cydoniae). Voor het eerst worden deze genoemd door Dioscorides (40 – 90 AD), de grondlegger van de farmacognosie, en later in de Perzische farmacopee (1681). In de Talmoed worden kweeperen als “appels van Kreta” aangeduid en ook met de “gouden appelen in zilveren gebeelde schalen” uit Spreuken 25  werden mogelijk kweeperen bedoeld. Van de zaden van de kweepeer werd een mucilago bereid die werd toegepast bij verkoudheden, alsmede uitwendig bij brandwonden, blaren, oogaandoeningen en huidziekten. In Portugal werd de kwee aangeduid als marmelos waarvan dan weer het woord marmelade is afgeleid.

9 December 1922 – Vrije verkoop barbituraten

De sterk groeiende beschikbaarheid van “verpakte geneesmiddelen”, en de vrije verkoop daarvan buiten de apotheek, komt met enige regelmaat in het PW van deze jaren terug. Zo ook in dit nummer, waarin gewag wordt gemaakt van kamervragen aan de minister inzake deze vrije verkoop van met name het slaapmiddel Veronal. In de beantwoording lezen we dan dat “een ontwerp eener wettelijke regeling  van den vrijen verkoop van vergiften gereed is alsmede van den verkoop van andere geneesmiddelen”. Ook in de landelijke pers is aandacht voor dit thema waarbij, geheel in overeenstemming met de tijdgeest 5 jaar na Lenin’s revolutie, socialistische en liberale argumenten elkaar afwisselden.

Een groot deel van deze aflevering wordt in beslag genomen door een artikel  van Prof. van der Wielen  over “de ontwikkeling der bereiding van geneesmiddelen gedurende de laatste honderd jaar”. Waarin aandacht voor markante doorbraken ( we zouden die nu game-changers noemen) zoals het extraheren van planten (1719), het aantonen daarin van alkalische plantenstoffen die alkaloiden werden genoemd (morfine was het eerst geïsoleerd) in 1817, en de synthese van ureum in 1818 die de organische chemie een sprong voorwaarts deed maken. Weer later zou de extractie van dierlijke organen tot de beschikbaarheid van adrenaline (1901) leiden. Insuline echter wordt nog niet genoemd, hoewel dat in 1921 in Canada uit de alvleesklier werd geisoleerd en in 1922 voor het eerst aan de mens werd toegediend. Tal van personen, die bij deze ontwikkelingen een rol speelden, passeren de revue met inbegrip van de homeopaat Samuel Hahnemann.  Ook vroege Nederlandse farma-bedrijven worden genoemd zoals Laboratorium d’Ailly (1827), de Maarsensche Chininefabriek, Brocades (Meppel), Stehman en Utermöhlen (1907).

Een bijzonder eervolle vermelding wordt in dit artikel gegund aan de Zweedse apotheker Carl Wilhelm Scheele (1742 – 1786) die met tal van ontdekkingen de geneesmiddelbereiding voorwaarts heeft geholpen. Hij was een tijdgenoot van Lavoisier en beide toonden, onafhankelijk van elkaar, het bestaan van zuurstof aan, waarmee de “flogiston-theorie” werd gefalsificeerd. In Nederland werd hij geëerd met de oprichting, in 1887, van de Utrechtse Pharmaceutische Studenten Vereniging “Dr. C.W. Scheele” door farmaciestudenten van het Utrechtsch Studenten Corps. Later, in 1894,  werd de algemeen toegankelijke studentenvereniging Unitas Pharmaceuticorum opgericht en vervolgde “Dr. C. W. Scheele” zijn bestaan als corpsdispuut, tot op de dag van vandaag.

afbeelding van Carl Scheele

2 December 1922 – Apothekers na WO I

Nu, ruim  honderd jaar na het einde van Wereldoorlog I, beseffen we dat niet meer zo helder, maar het jaar 1922 was maar 4 jaar na dat einde. Een periode die in Europa werd gekenmerkt door grote werkloosheid mede veroorzaakt door massaal van het front terugkerende soldaten. Blijkbaar was dat ook een probleem voor de Oostenrijkse apothekers want de KNMP deed in dit nummer een oproep, na overleg met het Comité “Internationale Hilfe für die geistigen Arbeiter Wiens”, aan Nederlandse apothekers voor geldelijke steun aan dat comité c.q. apothekers in Oostenrijk.

Een bijzonder bericht dat op deze website van het Museum Griffioen natuurlijk niet mag ontbreken is de aankoop van de historische verzameling (vooral ceramica, zie afbeelding) van de Zwitserse apotheker/verzamelaar  Burkhardt Reber (1848-1926) door de Universiteit van Lausanne voor haar museum. Dit museum werd opgericht ter ere van het 50-jarig bestaan in 1923 van deze universiteit. Inmiddels blijkt deze verzameling in de vergetelheid geraakt, zij wordt nu bewaard in de archieven van het Kasteel van Noyon, maar maakt geen deel meer uit van de lopende collectie.

De papaverteelt is heden een typische, en bedenkelijke, Afghaanse aangelegenheid maar in 1922 bestond er een bloeiende papavercultuur in Bulgarije en Macedonië waarover in deze PW-aflevering wordt bericht. In 1919 waren daar 9340 hectaren beplant met P. somniferum en werd een opbrengst van bijna 380.000 kg zaad alsmede 2034 kg opium verkregen. De Bulgaarse papaver blijkt van goede kwaliteit. De zaden bevatten veel olie (tot 49%) en de opium is rijk aan morfine met een gehalte tot wel 20%. Problematisch was de industriële persing van de zaden, de achterblijvende perskoeken bleken nog 8 – 20% olie te bevatten alsmede een hoog gehalte aan eiwit.

Afbeelding Reber apotheek

25 November 1922 vervuilde medicijnen

De verontreiniging van aethylalkoholische vloeistoffen met methylalkohol was 100 jaar geleden al een probleem en heeft ook in 2022 niets aan actualiteit ingeboet. In 1922 werden de verschillende analytisch-chemische methoden om deze verontreiniging aan te tonen in het PW uitgebreid toegelicht waarbij een gevoeligheid van 0,1% haalbaar bleek met behulp van een eenvoudige kleurreactie.  Door gebruik te maken van gefractioneerde destillatie kon men deze zelfs opvoeren tot 0,001%.

Een ander probleem dat, net als de methylalkohol, de tand des tijds goed heeft doorstaan is dat van de “falsified medicines” waarvoor de EU in 2011 een directieve uitvaardigde als gevolg waarvan nu in apotheken alle verpakkingen bij aflevering moeten worden gescand. In 1922 waarschuwde de Farbenfabrik Friedr. Bayer & Co. er ook al voor:  “De in Holland van onbevoegde zijde van een andere verpakking voorziene aspirinetabletten gelijken zoozeer op de originele verpakking “Bayer” dat het publiek er geen onderscheid tusschen kan zien. Zij bevatten vaak oude, bedorven of vervalschte tabletten en geen enkel apotheker of drogist kan voor de inhoud der buisjes instaan”.

Gelukkig is het probleem van de handelsbarriéres tussen Europese landen nu wel opgelost dankzij, opnieuw, de EU. In 1922 lezen we echter over verzet tegen den invoer van Fransche Spécialités in verschillende Europese landen. Dit als gevolg van de Fransche handelspolitiek, die den invoer van alle buitenlandse geneesmiddelen in verpakten vorm verbiedt, terwijl het debiet der Fransche spécialités in geen enkel land wordt beperkt. Met name in Italië, België, Spanje en Engeland werd daartegen geprotesteerd en werd opgeroepen tot het sluiten van de grenzen voor Franse geneesmiddelen.

Afbeelding van de Bayer fabriek in Elberfeld

18 November 1922 Pensioenfonds

Deze week is er veel aandacht voor bestuurlijke zaken en met name voor een referendum over een ingrijpende wijziging van de KNMP-statuten. Ook bijzonder is een bericht van het Pensioenfonds voor het Pharmaceutisch Hulppersoneel over de rentebijschrijving in de Rijkspostspaarbankboekjes die blijkbaar aan de verzekerden waren toegekend. Geldzendingen naar dit pensioenfonds moesten worden gedaan op girorekening 804 (!) van dit pensioenfonds.

In de rubriek “Oude Archieven” lezen we over de “Ordonantie op ende teghens de cruydenier, dat sy nyet en moghen vercoopen eenighe venynighe medecynen dan int gros”. Deze ordonantie stamt uit 1558 en werd opgediept uit het Gemeentearchief van Bergen op Boom.  Als “venynighe medecijnen” worden in deze ordonantie met name genoemd appelen van coloquitida, electuarium de succo rosarium alsmede diagredium. Merk op dat dit destijds op lokaal niveau werd besloten, nu valt dit onder de jurisdictie van de EU. Maar toen waren er ook lokale pharmacopees……

Als opmerkelijke boekbespreking treffen we deze week het boek “Geisterwissenschaften und Naturwissenschaften” aan, dat de al dan niet vermeende scheiding van deze twee behandelt. Of, zoals de referent het boek inleidt: Sedert de Romeinen, zelf geen filosofen, de Grieksche wijsgeeren vertalend, als aequivalent voor het woord “physis” het woord “natura” stempelden, spookt de natuur, verwarring stichtend, door het menschenbrein.

afbeelding van de coloquintida plant

11 November 1922

Ook het merkenrecht passeert met regelmaat in de farmacie en zo lezen we in deze aflevering een verslag over de verbazingwekkende gerechtelijke toekenning van de merknaam “Saccharine” aan de Saccharin-Fabrik te Magdeburg. Verbazing, omdat de betreffende zoetstof benzoëzuursulfimide reeds in 1906 onder de algemene stofaanduiding saccharine in de farmacopee was opgenomen. De casus wordt vergeleken met het eerder toegekende merk Aspirine en het geweigerde merk Vaseline.

In de rubriek nieuwe geneesmiddelen treffen we het middel Novamidon (Société Chimique des Usines du Rhone), een pyrazolon-derivaat dat net als het in 1883 geïntroduceerde antipyrine toepassing zou gaan vinden als analgeticum, antipyreticum en antiphlogisticum.

Ook lezen we een verslag van de Commissie belast met het afnemen van het examen voor chemisch hulppersoneel. Blijkbaar werd die opleiding destijds mede onder auspiciën van de KNMP georganiseerd. In totaal legden 37 candidaten het examen chemisch analist af, en zij worden allen met naam in het PW genoemd en waren doorgaans in dienst van keuringsinstanties of chemische bedrijven, naast een enkele amanuensis.

4 November 1922

Deze week lezen we een uitgebreid verslag over de Gouvernements Kina-onderneming op Java. Dat dit destijds een omvangrijk bedrijf moet zijn geweest blijkt uit de totale hoeveelheid beheerde bomen, “in kweek of in den vollen grond”,  welke meer dan 1,1 miljoen bedroeg verdeeld over 7 kwekerijen. Beschreven wordt ook dat de verkoop te wensen overliet en dat de onverkochte voorraad kina-basten bijna 1,5 miljoen kg bedroeg. 

Onder de kop “De volksgezondheid in gevaar –  een gevaarlijk stroopje” wordt bericht over het in de Amsterdamse Jordaan vrij verkrijgbare Stroopje van Smokie. Dit was een anijsstroop waar de kinderen zoet mee konden worden gehouden, maar dat na onderzoek morphine, codeine en narcotine bleek te bevatten.  Vrij zeker werd dit dan bereid door papaverbollen te trekken met water, waarin dan suiker met wat anijsolie wordt opgelost. Onderzoek door de Geneeskundige Dienst leerde ook dat de Stroopdrank reeds 20 jaar te koop werd aangeboden.

In de rubriek Personalia treffen de vermelding dat geslaagd is voor het doctoraalexamen wis- en natuurkunde met hoofdvak pharmacie aan de Universiteit van Amsterdam mej. C.G. van Arkel  (1902 – 1980). Later (1939) zou zij aan diezelfde universiteit worden benoemd tot hoogleraar Farmaceutische Chemie (afbeelding). Een opmerkelijke prestatie omdat pas in 1917 de eerste vrouwelijke hoogleraar werd benoemd aan de Universiteit van Utrecht: de 34-jarige plantkundige Johanna Westerdijk. En het zou nog 30 jaar duren voordat de tweede daar volgde.

28 October 1922 Bezigheden apotheker

Dat een eeuw geleden een apotheker zich met veel meer bezighield dan geneesmiddelen blijkt uit de aflevering van deze week welke de keuring van zilvervliesrijst (afbeelding) behandelt. Het Scheikundig Laboratorium te Weltevreden (Indonesië) voerde deze keuring uit en bekend was toen reeds dat deze zilvervliesrijst belangrijk was voor het voorkomen van beri-beri. Door middel van de bepaling van het fosfordioxide (P2O5) kon de graad van de afwerking van de rijst, c.q. de mate van verwijdering van het zilvervlies, bij benadering worden vastgesteld. Het zou tot 1926 duren vooraleer in het vlies vitamine B1 werd aangetoond dat toen Aneurine werd genoemd.

Nog meer levensmiddelenchemie treffen we aan in een bijdrage over de zwavelzuurreactie op levertraan. Daarbij gaat het dan op de nog onbeantwoorde vraag of de daarbij ontstane violette kleur een indicator is voor het gehalte aan vitamine A in de levertraan.

Ook toen reeds moesten apothekers voor de rechtbank verschijnen voor al dan niet vermeende bereidingsfouten. Zo lezen we nu over een pilocarpine oogdruppelflesje dat bij de patiënt een ontsteking in het oog teweegbracht. Nader onderzoek leerde toen dat de inhoud van het flesje naar ammoniak rook, en spiritus, anijsolie en ammoniak bleek te bevatten. Niet aangetoond kon worden dat hier sprake was van een foutieve bereiding dan wel dat er “in het gesticht wat met het fleschje gebeurd was”.  Uiteindelijk werd de hulp-apotheker in deze zaak vrijgesproken.

zilvervliesrijst
Social media & sharing icons powered by UltimatelySocial